Lesbie sex tieten negerin

lesbie sex tieten negerin

Sex massage hilversum lesbiessex

Vanaf zijn plaatsje onder de bomen, meestal met de handen in de zij en een peuk in de hoek van zijn mond, stond hij de kunstenaarsflat als een vorst op te nemen. Van top tot teen volgde hij de etages. Van de eenvoudigste appartementjes op de eerste etage tot aan de luxe penthouses aan de top. Als hij het wel had, zag hij op dit moment op de negende etage het dikke blonde hoofd van meneer J.

Maar lust om zijn hand op te steken had de huismeester niet. Van deze afstand zou de componist hem nauwelijks kunnen waarnemen. De huismeester was er trots op dat hij bij elke voordeur de juiste naam wist te noemen. Niemand anders deed hem dit na. Hij was er eveneens trots op dat hij grootmeesters mocht dienen, grootmeesters van de klassieke kunst, zoals de heren Bach en Mozart van de negende of meneer Schubert van nummer Hij genoot er van als hij hun muziek en hun namen uit zijn transistor hoorde, dat hij soms voor hen mocht zorgen en zo dicht bij hen in de buurt mocht wonen.

Niet dat de Smit verstand van klassieke muziek had, maar hij voelde dat het iets verhevens was, iets groots, iets belangrijks. Zij moeten op het aardse grote kunstenaars geweest zijn, anders had de Heer hen niet zo hoog op de artiflat neergezet.

Huismeester Smit had vroeger op het aardse ook aan muziek gedaan. Zo had hij met zijn broer een muzikaal duo gevormd. Hij had niet onverdienstelijk accordeon gespeeld en soms had hij daar bij gezongen.

Maar zich meten met deze grootheden kon hij zich natuurlijk niet. Over de kunstschilders hier op de artiflat was Gerrit Smit minder te spreken. Soms hing er beneden in de hal of op de overloop van een etage een nieuw schilderstuk gemaakt door één van de kunstschilders van hier. Oneerbiedig noemde hij sommige schilders wel kliederaars.

Een uitzondering vormden de Hollanders, de heren Vermeer van en Rembrandt van Van deze schilders kon een blinde zien dat ze iets in hun mars hadden. Daar konden jongens als Picasso van en Van Gogh van en zijn vriendje Lautrec van nog wat van leren en dan nog maar te zwijgen over die pief van , Andy Warhol. Maar behalve observeren was de huismeester ook bezig met zijn taak. Zo had hij zojuist nog enige rommel van het grindpad geraapt en in het plastic draagtasje geborgen dat hij tijdens zijn ronde altijd met zich meedroeg en waar hij tevens de drolletjes van Lodewijk in deponeerde.

Was iedereen op de flat maar zo proper als ik, dacht hij dikwijls. De rommel die hij links en rechts in de bosjes en op het grindpad aantrof was meestal van de onderste etages gegooid. Met een schuin oog keek hij naar de eerste etage. Verschillende keren had hij bewoners betrapt die het niet zo nauw namen met orde en netheid. Het leek alsof hij zich met de dag meer ergerde aan het gedrag van de bewoners van de onderste galerijen.

Het hondje spitste zijn oren, maar maakte nog geen aanstalten om zich bij zijn baasje te voegen. De huismeester stak met een zure glimlach zijn hand naar haar op. Gek mens dacht hij, waarna hij zijn schouders ophaalde en zijn hondje nog eens riep.

Hij liep het grindpad af richting caféterras. Voor een moment gluurde hij bij Wig naar binnen. Het was er op dit uur nog niet druk. Twee of drie figuren aan de bar telde hij, meer niet. De eerste etage van de artiflat zou je het beste kunnen omschrijven als een gezellig volksbuurtje. Doe maar gewoon, was hier over het algemeen het motto.

Elf personen van totaal verschillende geaardheid en geloofsovertuiging bevolkten de mini appartementjes van de artiestenflat aan de rand van Johannesburg. Mini appartementjes, dat zeker, want met de afmetingen van drie meter breed, drie meter diep en drie meter hoog, hadden de huisjes eigenlijk niets met de status van appartement te doen, al had de drie meter hoogte wel een aardig effect en leek het zo op het eerste gezicht niet zo benauwd.

Men kon het op de eerste goed met elkaar vinden, al viel de dirigent Herr von Karajan van buiten de boot. Deze hield zich min of meer afzijdig van de rest. Voelde hij zich misschien te belangrijk voor de eerste? Wie zal het zeggen. Hij scheen in ieder geval weinig met zijn buren te maken willen hebben. De meeste bewoners gingen echter joviaal met elkaar om en enkelen hadden zelfs vriendschap gesloten en kwamen regelmatig bij elkaar over de vloer.

Er werd op de eerste etage veel aan muziek gedaan, er werd gefeest, soms flink gediscussieerd, dikwijls gevreeën, en heel veel gelachen, maar ook wel getreurd, ja zelfs gehuild. Het mag dan ook niet verwonderlijk zijn dat er tussen de meeste bewoners van de eerste etage een hechte band was ontstaan.

Hoewel deze drukbevolkte etage bij verschillende medebewoners niet erg hoog stond aangeschreven, lieten zich wonderwel dikwijls zielen van hoger gelegen etages in het volksbuurtje zien. Zo was de kunstschilder Pablo Picasso, nota bene bewoner van het gigantische perceel , met de afmetingen tien meter breed, acht meter diep en drie meter vijftig hoog precies ruim driemaal zo groot als de miniappartementjes van de eerste, vrijwel een dagelijkse gast op de eerste galerij.

Maar ook de heren Hendrix van nummer en trompetspeler Miles Davis van kwamen bij tijd en wijlen buurten. Een snelle wandeling langs de vrolijk geverfde voordeuren van de eerste etage leverde van links naar rechts de volgende naamplaatjes op: Het huisje met de laagste nummering, dat van nummer , stond al geruime tijd leeg.

Vanzelfsprekend was iedereen op de flat nieuwsgierig welke nieuwkomer daar binnenkort naar binnen zou stappen. Zoals gezegd hadden de meeste bewoners van de eerste het aardig naar hun zin. Natuurlijk waren er ook problemen en werd er soms gescholden en gejammerd. Eén van de redenen van onvrede waren de minimale afmetingen van hun onderkomen. Het was toch godgeklaagd dat je in je eigen huis nauwelijks je kont kon keren.

Geruime tijd geleden hadden mevrouw Marlene Dietrich van nummer samen met haar buurman, de nieuwkomer Freddie Queen van , de stoute schoenen aangetrokken en een verzoek ingediend bij burgemeester mevrouw moeder Teresa en haar gemeenteraad om de achtermuur van de woninkjes te mogen laten uitbreken en deze een paar meter naar achteren te verplaatsen.

Achter de woninkjes bevonden zich magazijnen die volgens huismeester Smit voor de helft leeg stonden. Deze ruimtes deden dienst als opslagplaats voor allerlei noodzakelijks, zoals zakken graszaad, tuinmeubilair, logeerbedden, noodaggregaten, motormaaiers, enzovoorts. Ruimte genoeg had huismeester Smit gezegd, er staan tientallen vierkante meters leeg. En om de verbouwing illegaal te laten plaatsvinden, daar durfde men voorlopig niet aan.

Een ander onderwerp van gesprek tussen de bewoners van de eerste etage was, waarom de Heer hen zo laag had doen belanden. Waar hadden ze dit aan verdiend, was de meest gestelde vraag. Maar eerlijkheid zij geboden. De meeste bewoners waren zich wel degelijk bewust van hun lage plaats op de arti.

En in hun hart waren zij de Heer reuze dankbaar voor hun plekje in het hiernamaals en zo ook in de artiflat. En ach, mopperen hoorde er nu eenmaal bij op de laagste etage. Het westen was de minst gunstige richting in het dodenrijk. In gezelschap sprak je liever niet over het westen, laat staan dat je die kant uit reisde. En als men toch richting het westen wilde reizen, was dit meestal voor een bezoek aan Sint-Petrusburg of een trip naar het Voorportaal, om daar de aankomst van bijzondere personen bij te wonen of zich te mengen in de gezelligheid van de dagelijkse drukte.

Het Voorportaal was met zijn immense uitkijktorens een attractie van de eerste orde. Ook waren er winkelcentra, pretparken, markten en een complete kermis die vele zielen richting Voorportaal lokten. Beroemd door de gehele zevende hemel waren de maandelijkse rommelmarkten. Er waren eveneens horde zielen die dagelijks een bezoek brachten aan hoofdstad Sint-Petrusburg, een miljoenenstad, doch ook een stad van kwaad en verderf, een stad waar alles mocht en niets moest, een stad waar duizenden illegalen vertoefden, een stad waar de criminaliteit hoogtij vierde, een stad aan de rand van de afgrond, een stad in het uiterste westen, een stad dichtbij het purgatorium… Je moest wel stevig in je schoenen staan om daar niet van je geloof te vallen.

In de uiterste westhoek, verwijderd van het Voorportaal en Sint-Petrusburg kwam je niet. Sterker nog, het was zelfs ten strengste verboden om je daar zonder de benodigde vergunningen op te houden.

In het uiterste westen tussen het Satansgebergte en het Louteringsgebergte bevonden zich de uitgestrekte velden met tentenkampen van het purgatorium. Een laag hangende nevel bedekte de bodem in dit sombere deel van het hiernamaals. Zo ver het oog reikte was het zwart, nat en modderig. Van het woeste Satansgebergte, met daarachter het zo gevreesde hellevuur, tot aan het Louteringsgebergte stonden daar ontelbare eenpersoons tentjes, bewoond door purgatijnen, met af en toe een uitschieter in de vorm van een reuze tent.

In een kerktent beleefden de purgatijnen nog enige vorm van gezelligheid en sociaal contact. Rondom deze tenten was het dagelijks een drukte van jewelste. Reeds bij het ochtendgloren trokken honderden purgatijnen, de alsmaar neerdalende regen trotserend, blootsvoets door de modder en blubber naar deze tenten om gebedsdiensten bij te wonen.

Ook konden er in deze kerktenten catecheselessen gevolgd worden en werden er allerlei cursussen aangeboden waarvan de Bijbellezerskringen het meeste in trek waren. Tegenover de ondraaglijke sleur en verveling die er in de tentenkampen heerste, vormden genoemde samenkomsten en activiteiten voor de purgatijnen een welkome afleiding. Natuurlijk hoopte een ieder spoedig aan de andere kant van het Louteringsgebergte te komen, om toch nog een plaatsje in het hiernamaals te krijgen.

De tentenkampen werden afgeschermd door een metershoge betonnen muur, waarlangs mannen of vrouwen in witte gewaden op paarden surveilleerden. De kant van het woeste Satansgebergte werd minder streng bewaakt, want wie zou het in zijn hoofd halen om over de bergen naar het hellevuur te vluchten? Zo af en toe gonsden hoog boven in de lucht en onzichtbaar voor de purgatijnen, vliegmachientjes. Zoals altijd was het weer in het purgatorium somber. Het was om gek van te worden. Het spreekwoord Na regen komt zonneschijn scheen hier niet van toepassing te zijn.

Doch het ontbreken van zonlicht was de allergrootste kwelling voor deze martelaren. Volgens zeggen was de onophoudelijke vette mist in het purgatorium het gevolg van de donkere uitlaatwolken die het schoorsteenpark vanuit het hellevuur onophoudelijk uitstootten.

Maar men beweerde daar in de directe omgeving van het Satansgebergte wel meer. Het hellevuur, ook wel spottend de hoogovens genoemd, werkte dan op volle toeren.

Zo woest en ledig als het Satansgebergte was, zo vriendelijk leek het Louteringsgebergte. Behalve de iets aangenamere temperaturen was dit gebergte enigszins groen van kleur. Er groeide hier en daar zelfs gras. Grote keien en stenen waren bedekt met een laagje mos.

En soms leek er een lichte zonneschijn door de mist te trekken, maar dat kon ook verbeelding zijn. Helaas waren deze momenten van korte duur, al gaf het velen op de één of andere manier enige hoop op een betere toekomst.

Juffrouw Annette woonde in een vrouwenkamp aan de voet van het Louteringsgebergte, de grens tussen het purgatorium en het hiernamaals. Een niet ongunstige plek. Niet alleen de temperatuur in dit district was zeker een paar graden hoger dan de tentenkampen nabij het Satansgebergte, ook de regen was hier minder en milder, terwijl de mist en de smog dunner en lichter leek.

Wat dat aangaat had juffrouw Annette niets te klagen. Juffrouw Annette zat zoals iedere avond voor het slapengaan in de opening van haar tentje. Dit was voor haar één van de betere momenten van de dag. Ze zat daar op haar manier gelukkig te zijn.

Het onritmische getik van de regendruppels op het tentzeil leek haar te ontgaan, evenals de zwerm vliegen die vanavond wel heel hinderlijk voor de opening van haar tentje rondvlogen. Soms, als de vliegen al te lastig waren en op haar kwamen zitten wuifde ze met haar handen de lastige diertjes van zich af. Wezenloos, al zou ze er niet bij horen, keek ze naar de soppende vrouwenvoeten van heen en weer lopende buurtjes die op weg waren naar de waterpomp of poepdozen.

Af en toe was daar een groet in de vorm van een knikje. Nog even en dan zouden de luidsprekers boven in de hoge houten palen het sein van zeven uur geven. Over een uur diende een ieder onder zeil te gaan. Ja ja ze wist het, maar zo ver was het nog niet. Tot de klok van acht zou juffrouw Annette nog een uurtje kunnen zitten mijmeren.

In dit laatste uur van de dag klonken uit de luidsprekers bazuinklanken en kerkliederen afgewisseld door mededelingen van activiteiten die de volgende dag in de kerktenten op het programma stonden. Het weer was deze avond allerbelabberdst. Een dikke mist zorgde er voor dat de toppen van het Louteringsgebergte onzichtbaar waren. Ook was het kouder dan normaal en de regendruppels leken vetter. In ieder geval was het geen weer om er uit gaan. Vaak ondernam juffrouw Annette voor het slapengaan nog een wandeling.

Zij was dan te vinden op de paadjes dichtbij de eerste heuvels aan de voet van het Louteringsgebergte. Zij zocht er naar kiezeltjes, zoals ze vroeger als meisje op het aardse aan het strand naar bijzondere schelpjes had gezocht.

Vaak vond ze onverwachts stukjes gras en mos die ze als een schat mee terug nam naar haar tentje. Met haar nieuwe aanwinsten naast zich op de grond viel ze dan als een kind zo blij in slaap en droomde meestal dezelfde dromen.

Ze droomde van haar geboortestad op het aardse. Een middelgrote stad van pakweg In deze alsmaar terugkerende droom wandelde juffrouw Annette hand in hand met haar dochtertje door de winkelstraten. Meestal was het koopavond. Altijd maar diezelfde droom. Opvallend was dat het daar ook altijd regende. Autolichten, kleurige reclames, lantaarnpalen en fel verlichte etalages spiegelden zich in de natte straten. Gewapend met een paraplu, stevig arm in arm wurmden moeder en dochter zich door de mensenmassa.

Ze hadden meestal een vast rondje en deden dan dezelfde winkels aan: Mobieltjes kijken bij Primafoon, een saucijzenbroodje eten aan het luikje van de Hema, met daarna nog een grote kop warme chocolademelk met slagroom boven bij Vroom en Dreesman, kijken naar koopjes bij het Kruidvat, make-upspulletjes bij Douglas, de laatste boodschapjes doen bij Albert Heijn en tenslotte de wandeling terug naar huis door het halfverlichte park om daar nog de laatst zwemmende eendjes te voeren.

Hoe warm kon een koude avond wel niet zijn. Een groot probleem deed zich tijdens deze dromen steeds voor. Ze kon met geen mogelijkheid het gezicht van haar dochter voor zich halen. Zij was haar beeltenis volkomen kwijt. Zelfs haar naam was haar ontgaan. Haar helderheid van geest had het hier laten afweten. Hoe was het toch mogelijk, dacht ze dikwijls, dat ze zich haar enig geboren dochter niet meer kon herinneren.

Ze nam dit zichzelf erg kwalijk en vroeg zich af of ze misschien niet genoeg van haar dochtertje gehouden had. Maar snel verwierp ze deze belachelijke gedachte. Het zou waarschijnlijk alles te maken hebben met de straf die ze hier in het vagevuur moest ondergaan en daar was geen plaats voor sentimentaliteit.

Hoezo, God is liefde, vroeg ze zich dan verbitterd af. Slechts een enkele keer droomde ze dat het middag was. Ze was dan op pad met een groepje cursisten en wandelde door het centrum. Soms hielden ze halt en juffrouw Annette deed haar verhaal over de historie van de stad, over beelden en overgebleven monumenten. Ze vertelde over achtergronden, over beeldhouwers en architecten. En natuurlijk werd de grote kathedraal op het plein bezocht, de trots van de stad, die eveneens ongeschonden uit de oorlog was gekomen.

Maar vanavond leek alles anders. Dromen deed ze niet. Ze lag reeds om half acht op haar veldbed. Zoals iedere avond probeerde zij voor het slapengaan haar tentje te schonen van de kruipdiertjes.

Zo goed als kwaad had ze nu ook weer een aantal kruipers uit haar tentje weten te krijgen. Ze was hier zo langzamerhand behendig in geworden. Door haar vingers als harkje te gebruiken wist ze altijd wel een aantal diertjes te vangen.

Haar tentje stond voor de helft open, als zou ze iemand verwachten. Ze luisterde naar alles wat waarneembaar was. Haastige voetstappen en zo nu en dan een klagende stem over het slechte weer. Toen om acht uur het lied van de dag uit de luidsprekers klonk met daarna het signaal van acht uur, was Annette in haar eerste slaap. Maar niet voor lang, want een half uur later was ze alweer wakker. Behalve de kletterende regen was het stil.

Verschillende keren richtte ze zich op en tuurde naar de duisternis. Na een kwartier was ze weer wakker en zo leek het de hele avond en nacht door te gaan. Vrouwen met brandende fakkels, gehuld in witte gewaden en op paarden gezeten waren die nacht onverwachts het vrouwenkamp nabij het Louteringsgebergte binnengereden en hadden honderden purgatijnse vrouwen, waaronder juffrouw Annette, aangewezen en meegenomen.

Even leek daar paniek. De angst sloeg eenieder om het hart. Het zou toch niet waar zijn. Ze zouden toch niet van de ene op de andere dag alsnog verdoemd zijn tot het hellevuur? Of was het andersom en wachtte hen het paradijs? Dit laatste was het meest waarschijnlijk, want het vagevuur gaf uiteindelijk toch toegang tot de hemel. Waar dan toch die vertwijfeling? Maria , werd er plotseling van verschillende kanten geroepen. En toen wist men het weer. De twijfel sloeg over in opluchting en vreugde.

Het was immers middernacht, het begin van de Mariafeesten. Hoe had men dit kunnen vergeten? Er werd gehuild, gekrijst, ja zelfs akelig gevloekt.

Met alle geweld wilden de achterblijvers een plaatsje veroveren in de rijen die er door de witte ruiters gevormd werden. Iedereen wilde er bij horen. Maar de meesten werden meedogenloos naar hun tentje teruggedreven. Juffrouw Annette wist niet wat haar overkwam. Was zij een uitverkorene? Ze kon het nauwelijks geloven. Maar toen haar een nummer werd omgehangen met een Maria-logo en ze een plaatsje kreeg in één van de tientallen rijen leek het tot haar door te dringen.

Voor haar lag de vrijheid. Van het ene op het andere moment voelde ze zich verlost van haar aardse schulden.

Wat precies de reden was van haar onverwachte verlossing, God mocht het weten. Net zo min als ze wist waarom ze ooit in het purgatorium terecht was gekomen. Weg waren haar schuldgevoelens over het kwade dat ooit was geschied en waar ze dagelijks mee bezig geweest was. Hoe vaak had ze zich niet afgevraagd waarom ze met het vagevuur was gestraft. Was het misschien haar echtscheiding geweest? Want stond er niet zwart op wit in de Bijbel dat geen mens mag scheiden wat God heeft samengebracht?

Of was het de abortus die ze had laten plegen. Of haar geheime verhouding met één van haar cursisten, een vader van drie kinderen.

Of had ze haar straf moeten ondergaan omdat ze haar dochtertje niet had laten dopen? Hoe dan ook, het waren in ieder geval geen doodzonden geweest. Maria, Maria, werd er nu van alle kanten geroepen. Gij zijt de gezegende onder de vrouwen! Marcherend in pelotons waren de gelukkigen richting Dies Irae geleid. Als een elitekorps hadden ze schouder aan schouder gelopen. Gedisciplineerd en in de maat. Links, twee drie vier. Spreekkoren herhaalden keer op keer het Onzevader en het Weesgegroet.

Fanatiek opgestoken vingers lieten het V-teken zien. Uit de kelen schalden liederen als Dank dank nu allen God, Prijs den Heer met blijde galmen , en U zij de glorie.

Katholieken en protestanten zongen gezamenlijk Kyrie eleison, Christe eleison. Juffrouw Annette genoot van de zang, het handgeklap, de gebeden. Met een wildvreemde aan haar hand had ze meegezongen, maar echt geluid was er nauwelijks uit haar keel gekomen. Gaandeweg, toen men zich realiseerde dat het menens was en dat ze op weg waren naar de hemel, de zevende hemel nog wel, leek de tocht een feest te worden.

Er werden nu ook aardse liederen gezongen als: We gaan naar Zandvoort, al aan de zee, we nemen broodjes en koffie mee… Gejuich ging op toen de stoet de eerste mannenkampen naderde. Honderden jongens en mannen, opgejaagd door ruiters, voegden zich tussen de vrouwenrijen. Wildvreemden vielen elkaar in de armen.

Er werd geknuffeld en gekust. Toen de stoet van purgatijnen, na een twee dagen lange voettocht de gerechtsgebouwen van het Dies Irae passeerde, verkeerde iedereen ondanks de vermoeidheid in een juichstemming. Zo gedisciplineerd als men zich in het purgatorium had gedragen, zo ongeorganiseerd kwam de stoet in Nieuw Jeruzalem aan, de eerste stad in de zevende hemel. De hoogste etage van de artiflat, de negende, bestond uit vier luxueu­ze penthou­ses, welke een prachtig uitzicht boden over de stad Johannes­burg in het oosten van de zevende hemel.

De inhoud van de vier appartementen was met de afmetingen negen meter in de breedte en twaalf in de diepte op zijn zachts gezegd ruim te noemen. De appartementen werden bewoond door vier kanjers uit het aardse kunstverleden. Op nummer de componist Bastiaan Bach, in de volksmond ook wel J.

Vergeleken met bijvoorbeeld de twaalf bewoners van de eerste etage, die het moesten doen met een kamer van drie bij drie, woonden de genoemde kunstenaars van de bovenste etage riant. Het zal daarom niemand verbazen dat de vier hooggeplaatste heren het qua woongenot naar hun zin hadden op de artiflat.

Zo beschikte Bach bijvoorbeeld over een gezellig ingerichte muziekkamer compleet met een klavecimbel. In de werkkamer van Beethoven stond een vleugelpiano. Goethe had de beschikking over een goed gevulde bibliotheek.

En Mozarts trots was zijn biljartkamer. Op het brede balkon van appartement zaten die middag de heren Bastiaan Bach en zijn vriend Frederik Händel van nummer van het zonnetje te genieten. De staande staartklok in de huiskamer van Bach had zo juist vier geslagen. De radio stond op de Klas­sieke fruitmand en de heren mochten niet klagen over belangstelling.

Van Händel hadden er drie deeltjes uit zijn Watermu­sic geklon­ken en van de heer Bach was het Tweede Brandenburgs concert in zijn geheel uitgezonden. De twee vrienden leken zo op het eerste gezicht tevreden. Meester Bach was in de ogen van de meeste artibewoners een super uitverkorene. Niet alleen omdat hij een penthouse op de hoogste etage bewoonde maar vooral om zijn eenvoud en bescheidenheid. En natuurlijk ook vanwege zijn beroemdheid. Want luisterde hij niet met zijn vermaarde orgelspel de feesten en diensten op van de belangrijkste kathedralen en basilieken in het hiernamaals.

De gastheer schonk zijn collega en vriend Händel een tweede kopje thee in en hield hem het zilveren schaaltje met likkoekjes voor. Hij genoot van zijn sigaar. Uit de radio klonk op dit moment muziek uit de Vijfde symfonie van Gustav Mahler. De twee musici luisterden aandachtig. Maar het was aan hun gezichten te zien dat het hen weinig kon beko­ren.

Met zijn rechterhand maakte hij een wegwerp gebaar. Zijn ogen volgden het kringetje rook dat hij zojuist had uitgeblazen. Hij zette de radio iets zachter. De vraag kwam er -gewild of ongewild- enigszins spottend uit. Natuurlijk groeten we elkaar, maar meer niet. Natuurlijk wist hij van de hoogste etages wie waar woonde. Ik weet dat hij Gustav van zijn voornaam heet, maar verder weet ik weinig van hem, want spraakzaam is hij allerminst. Je moet de woorden uit hem trekken, snap je?

Als je met hem praat, kijkt-ie een beetje langs je heen, alsof hij uit een andere hemel zou komen. Voor een moment was het stil op het balkon van De vrienden roerden in hun thee.

Heel in de verte klonk nog altijd de Vijfde symfonie van Mahler. Maar of de twee vrienden luisterden was niet helemaal zeker.

Zij leken eerder verzonken in gedachten. Frederik zoog aan zijn sigaar en Bastiaan volgde met bewondering de kringetjes die zijn vriend naar boven blies. Hij stompte zich tegen het voorhoofd. We raakten aan de praat en wisselden onze muziekkennis uit, je weet hoe dat gaat. Hij werd zowaar even enthousiast en liet mij weten dat ik één van zijn favoriete componisten ben. Hij vergeleek mijn Messiah met jouw Matthäus. Hoe vind je dat?

Die heeft geen verstand van muziek, dacht hij. Een prima stuk maar dit duidt op onkunde stelde hij vast. Hij keek naar beneden. Nog iedere dag genoot hij van het uitzicht en nog iedere avond knielde hij voor zijn bed om de Heiland te danken voor de schitterende woonruimte die hem ten deel was gevallen. Beneden op het grasveld liep de heer Smit, de huismeester. Een aardige kerel, vond Bach, een beetje simpel, maar iemand die zijn plaats wist. Als hij het goed had was Smit purgatijn.

Maar wat maakt dat uit, dacht hij, nu hij over de balustrade naar de huismeester keek. Het was tegenwoordig de gewoonste zaak dat er in de zevende hemel purgatijnen rondliepen en volgens hem deed Smit geen vlieg kwaad. Hij oefende op de leuning van de balustrade een lastige vingerzetting voor zijn koraalbewerking Wat God doet dat is welgedaan.

Hij zou dit morgenmiddag tijdens het openingsconcert van de Mariafeesten in de Onze-Lieve-Vrouwekerk gaan spelen. Hij was altijd met muziek bezig, ook hier in de zevende hemel. Hij kon eenvoudig niet zonder. Een warm gevoel bekroop hem als hij dacht hoe de kerk tot aan de laatste plaats bezet zou zijn en dat men van zijn orgelspel zou genieten.

Hij moest trouwens niet vergeten zijn schoenen te poetsen, schoot hem nu te binnen. Hij klopte de as van zijn sigaar op een leeg schoteltje dat Bastiaan altijd bij wijze van asbak voor hem neerzette. Ik heb haar nimmer bij hem op de stoep gezien. Volgens zeggen hield ze het beneden met meerdere mannen. Het was in ieder geval geen goed huwelijk. Hij had dit Wigbert de barkeeper ooit eens aan iemand horen vertellen.

De radio kondigde een Mandolineconcert van Vivaldi aan. Bastiaan liep door de schuifpui de woonkamer binnen en klikte de radio uit. Van het ene moment op het andere scheen Bach haast te hebben. Even later stonden ze zwijgend tegen over elkaar in de lift.

Soms begreep Frederik geen sikkepit van zijn vriend. Plotseling kon zijn humeur omslaan. Hij had Bastiaans gezicht zien vertrek­ken. Had hij misschien iets ver­keerds gezegd? Frederik probeerde het zich te herinneren. Ze hadden het over Gustav Mahler gehad, over de eentonigheid en langdradigheid van zijn muziek en ook hadden ze nog een woordje gewisseld over Mahlers ex-vrouw Alma. Händel begreep het niet. Of was het misschien Mahlers opmerking geweest over de gelijkenis tussen The Messiah en de Matth ä us?

Nee, zo kinderach­tig kon Bach niet zijn. En bovendien, iedereen wist toch dat de Matth äuspassi­on op eenzame hoogte stond, daar kon zijn Messiah  toch niet aan tippen? Wacht eens, het was toch niet Tonio Vivaldi van nummer die hem van humeur had doen veranderen? Het was hem wel meer opgevallen als Vivaldi ter sprake kwam dat Bach geïrriteerd raakte. Frederik Händel had het bij het juiste eind. Bach mocht die Vivaldi niet.

Bach mocht de man niet, die overal rond bazuinde dat Bachs groot­heid mede te danken was aan hem. Het was om je rot te lachen. Vivaldi had zeker gedoeld op een aantal vioolconcerten die door Bach omgezet waren tot klavierconcerten. Was dat zo wereld­schokkend geweest? Een paar nietszeggende, inhoudloze vioolmop­pies, als tijdverdrijf om te zetten tot klaviermuziek?

Hij mocht eerder blij zijn. Zo klonk het tenminste nog ergens naar! Maar in plaats daarvan moest die roodharige Italiaan links en rechts beweren dat niemand minder dan Bastiaan Bach muziek van hem zou hebben gepikt.

Hoe durfde die katholieke hond! Bach was nog liever van zijn geloof geval­len, dan om muziek te jatten van een tweederangs compo­nist als Vivaldi. Maar toch hield je altijd lieden die het voordeel van de twijfel kozen. Zo hoorde hij een aantal weken geleden de aankondiger van de Klassieke fruitmand mededelen dat Bachs Italiaans Concert in de Vivaldische concert­vorm zou hebben gestaan. Witheet was Bach geweest. En hij had nog die zelfde avond een brief naar de Evangelische Omroep geschreven en om rectificatie en excuses verzocht.

Maar een antwoord had hij tot op heden nog niet ontvangen. Een geluk bij een ongeluk: Onze Lieve Heer kende het verschil tussen kunst met een grote K en een kleine k. Immers, Bach was op de negende, de hoogste etage terechtgeko­men, Vivaldi slechts op de vierde. En wie was er uitgenodigd om tijdens de hoogtijdag van de Mariafeesten een concert te geven in de Onze-Lieve-Vrouwekerk?

Nee, wat dat aan ging hoefde Bach zich niet druk te maken over zijn grootsheid. Maar in zijn hart moest hij toegeven dat het Gloria van Vivaldi een prachtig koorwerk was en dat dit werk, toen hij het voor het eerst hoorde, hem kippenvel had bezorgd. Maar dat had hij nooit hardop tegen iemand durven zeggen. In Nieuw Jeruzalem was juffrouw Annette met een honderdtal andere purgatijnen in de slang geloodst.

In een poep en een scheet waren ze vervolgens naar Sint-Petrusburg gebracht, de grootste stad van de zevende hemel, een miljoenenstad, een wereldstad zouden ze beneden op de aardkloot zeggen. Vanaf het Centraal Station Sint-Petrusburg hadden kleine witte legervoertuigen de uitverkorenen naar een asielcentrum in het westen van de stad gebracht.

Onderweg had juffrouw Annette haar ogen uitgekeken. Als een kind zo blij had ze aan het raampje gezeten. Eindelijk weer huizen, flats, kerken, winkels, fabrieken, kantoorgebouwen, groene parken en boulevards.

De lucht was blauw en er viel geen spatje regen. En, daar was-ie dan, eindelijk, de zon! Hoe vaak had ze hier niet naar verlangd. Doodmoe was ze geweest. Ze had kunnen huilen van blijdschap. Om geen zonnestraal te verliezen had ze de hele reis met haar wang tegen het raam geplakt gezeten. Het leek alsof ze aan het begin had gestaan van een lange vakantie. Ze was vrij, ze was nu in het echte hiernamaals. Bij aankomst was juffrouw Annette met een dertigtal andere vrouwen naar een somber bruin gebouw gebracht waarna ze direct naar een slaapzaal waren gedirigeerd.

Er was hen een bed en nachtkastje toegewezen. Een echt bed met een echt matras! Wat had ze daar vaak naar verlangd toen ze in haar tentje tussen het ongedierte op haar veldbedje had gelegen.

Aan haar bed had hetzelfde nummer gehangen dat ze tijdens de reis om haar hals had gedragen. Direct was ze naast haar bed op haar knieën gevallen en had de Heiland hartstochtelijk bedankt. De eerste nachten waren zeer onrustig geweest.

Ondanks het verbod was het een komen en gaan van manvolk. Waar ze vandaan kwamen was een raadsel. Maar voorlopig leek men dit alles te gedogen. Want hoelang waren de stakkers niet alleen geweest. Hoelang hadden ze geen intimiteiten met anderen kunnen delen. Zonder enige vorm van schaamte werd er links en rechts gevreeën.

Als uitgehongerde beesten was men tekeer gegaan. Luidruchtig en ongegeneerd werd er gelachen, gekreund en gesmakt. Bedden hadden hinderlijk gekraakt. Zo af en toe was er ook een manspersoon aan het voeteneinde van het bed van juffrouw Annette verschenen, maar ze had zich netjes slapende gehouden.

Aan haar lijf voorlopig geen polonaise. De volgende morgen, de eerste dag in het hiernamaals was er kleding uitgereikt. Een ieder ontving een pasje van de sociale dienst, een handjevol tegoedbonnen voor de eerste levensbehoeften en een plattegrond van de stad. Het pasje gaf recht op vijftig zilverlingen per maand.

Een karig bedrag, werd er links en rechts gemopperd, maar juffrouw Annette had het prima gevonden. Voorlopig vond ze alles prima. Ze was allang blij dat ze het stinkende tentenkamp had mogen verlaten. Er diende nu gewerkt te worden en gezocht naar een kamer, zo werd er bevolen. De huisvesting in het bruine gebouw was van tijdelijke aard. Met klem werd een ieder aangeraden een baan te zoeken.

Annette liet alles over haar heenkomen. Ze wilde zo snel mogelijk alles vergeten en niet meer denken aan de ontberingen van weleer. Het vertoeven in het purgatorium was een hel geweest. De enige vrouw waar ze de eerste dagen zo af en toe mee sprak was een kleine vrouw. Nokia was haar naam. Ze lag een paar bedden links van haar. Twee schreeuwvrouwen sliepen nog tussen hen in. Vrouwen die Annette soms het inslapen moeilijk maakten. Vrouwen die tot diep in de nacht met elkaar kletsten.

Vrouwen die zich weinig aantrokken van slaap willigen. Vrouwen die tegen de regels in soms ook een bedgenoot toelieten. Met de vingers in de oren, diep in het kussen gedoken, wachtte juffrouw Annette dan af tot het rustiger werd. In de eetzaal zat Nokia tegenover haar. De kleine vrouw ratelde aan een stuk door.

In de korte tijd dat ze in het bruine gebouw vertoefden had ze al een paar keer het verhaal verteld over haar dood. Ze vertelde over haar zieke moeder die aan de andere zijde van de grens had gewoond en die ze hoe dan ook nog een keer wilde ontmoeten.

Ze vertelde hoe ze was vastgeraakt in het prikkeldraad en als een hond door grenswachten was neergeschoten. Al een aantal keer had ze verteld over haar visvangsten in de rivier en de manden vis die zij op de markt voor een goede prijs had verkocht. En dan ook nog het orkestje waarin ze gespeeld had. Steeds maar dezelfde verhalen. Annette werd er soms tureluurs van.

Voor de geschiedenis van Annette leek de kleine vrouw met de smalle oogjes geen belangstelling te hebben. Nooit was er een vraag over haar aardse leven. Aan een stuk door ratelde Nokia haar eigen verhalen. Geduldig luisterde juffrouw Annette en zweeg over haar eigen verleden. Intussen verbaasde zij zich over het feit dat ze de overvloed aan woorden in een vreemde taal gewoon kon verstaan.

Ook de leraar van de inburgeringscursus, een pikzwarte man gestoken in wit uniform met korte broek en de lieveling van veel vrouwelijke cursisten, deed zijn les in een taal die juffrouw Annette niet eerder had gehoord. En toch kon iedereen de man volgen. Men hing zelfs aan zijn lippen.

Er werd de nieuwbakken purgatijnen geleerd hoe men zich in het hiernamaals diende te gedragen. Er werd hun verteld over hun sollicitatieplicht, identiteitskaart en over het gebruik van het geldpasje.

Streng wees de leraar de dames er tenslotte op dat men in het bruine gebouw niet gediend was nachtelijk bezoek. Het was op een ochtend, de gehele slaapzaal leek nog in diepe rust, buiten was het nog donker, toen juffrouw Annette wakker werd van het heen en weer geschuifel van voetenstappen en fluisterende stemmen.

Na een tijd geluisterd te hebben naar deze voor het tijdstip ongebruikelijk geluiden, richtte ze zich op en tuurde de donkerte in. Een flauw schijnsel verlichtte de slaapzaal. Het duurde niet lang of anderen richtten zich eveneens op. Wat was er aan de hand, wat was er gaande?

Als ze het goed zag was er bij de tussendeur naar de eetzaal een soort van tentdoek gespannen. Ze scherpte haar ogen. En inderdaad, er stond een witte tent opgesteld. In de tent zelf leek een fel licht te branden.

Figuren liepen in en uit. Het was er een drukte van jewelste. Juffrouw Annette kon het niet goed zien, maar ze dacht dat het allen vrouwspersonen waren.

Het leken wel verpleegsters, of waren het engelen? Inmiddels zaten er velen rechtop in bed. Enkelen maakten zelfs aanstalten om zich naar het gebeuren in de hoek te begeven. Juffrouw Annette sloeg de dekens open en ging op de rand van haar bed zitten. Nokia nam plaats naast haar en greep onmiddellijk haar hand. De kleine vrouw beefde. De lichten in de zaal floepten plotseling aan. Hier en daar klonk een kreet. Handen werden voor de ogen geslagen.

Een ieder leek nu ontwaakt. Een grote vrouw met een witte schort en kniekousen stond midden in de zaal. In de verste verte een engelen type. Ze stond op een verhoginkje. Drie keer klapte ze in haar handen en riep om stilte. Onmiddellijk hield het geroezemoes op. Het werd zelfs akelig stil. De vrouw schraapte haar keel. En toen schalde haar stem door de zaal. Een irritant hoge stem. Een ieder diende zich binnen vijf minuten met ontbloot bovenlijf in de buurt van de ingang van de eetzaal te begeven.

De vrouw wees naar de witte tent. Er werd verzocht om zich ordelijk in rijen op te stellen en te wachten op een ieder zijn beurt.

Er diende gewacht te worden op het moment dat de dokter zou vragen om verder te komen. Wat wilde die van hen? Een ieder drentelde door elkaar. Er heerste een lichte paniek. Na de aankondiging van de vrouw op het verhoginkje marcheerden een twintigtal vrouwspersonen, gekleed in boerka-achtige gewaden door de slaapzaal. Zij leken de instructies van hun leider over te nemen. Tien minuten later stonden Annette en Nokia hand in hand te midden van een lange rij voor de geheimzinnige witte tent.

Twee aan twee wachtte een ieder op de dingen die zouden gaan komen. Links en rechts van de rij stonden de in boerka gehulde wachtsters. Daarna werden de eerste purgatijnen de tent binnengelaten. Nu was het stil. Zenuwachtig schuifelden de wachtende voeten. Vanuit de positie waar Annette zich bevond was weinig te zien. Ze stond met Nokia midden in de rij.

Er klonk een gil uit de tent, een angstige gil. Iedereen leek zijn adem in te houden. Wat gebeurde daar binnen? Kort daarna klonk er wederom een kreet, een afschuwelijke kreet, een kreet die door merg en been ging. Daarna werd het stil. De volgende werd binnengelaten.

En alsmaar die akelige angstige kreten, kreten van pijn, zo leek het. Voetje voor voetje naderden Annette en Nokia de ingang van de tent. Even later waren ze aan de beurt. Nokia beefde over haar lijf. Nog steeds had Annette haar hand vast, een natte hand. Daarna werd het doek opengeschoven. Een vriendelijk ogend manspersoon knikte hen toe.

Een grote man met een gladde kale schedel. Het was de dokter. En het geschiedde in die dagen dat juffrouw Annette te werk werd gesteld bij de gemeentereiniging van Sint-Petrusburg.

Na veelvuldig solliciteren had ze een baantje gekregen als straatveegster in de arbeiderswijk Jozef de timmerman, in stadsdeel Nieuw West.

Gehuld in een werkpak, grote gele handschoenen, een petje en hoge bruine wandelschoenen was ze op een zonnige dag aan het werk gegaan. Haar attributen waren een tweewielig karretje, een bezem, een metalen blik en een prikstok. Volstrekt overbodige attributen daar het super schoon was in Nieuw West. Haar werk bestond grotendeels uit het rijden met het karretje en af en toe een opgestoken hand naar een onbekende.

Ze rustte vaak uit op een bankje aan de rand van een bloemperk in een van tientallen parkjes. Nog dikwijls had ze hinder van haar chip. Het wondje dat zo goed als genezen was jeukte soms hevig. Met haar handen kon ze daar niet bij, dus schurkte ze tegen de rugleuning van het bankje.

Kaarsrecht stonden de flatgebouwen met kriskras daar doorheen kronkelende zand- en grindpaden. Asfalt kende men niet in het hiernamaals. Flatgebouwen die namen droegen als Klein metaal, De arbeiderspers, Pijpfitter, De bouwvakker, De graafmachine. Haar vaste ronde was Klein metaal, een wijk met flats bewoond door honderden loodgieters, elektriciens, verwarmingsmonteurs, koperslagers, pijpfitters… Langs de paden, in het gras en op de bankjes rond de perken, was het dagelijks een drukte van jewelste.

Voor de flats zaten manspersonen met een natje en droogje gezellig met elkaar te keuvelen. Tussen de flats lagen tennisbanen, jeu-de-boules banen en sportveldjes bestemd voor volleybal, voetbal, korfbal, tafeltennis en dergelijke.

De bewoners in Nieuw West waren vriendelijke en vrolijke zielen. Het duurde niet lang of juffrouw Annette werd herkend en begroet. Ze had het naar haar zin in Nieuw West. Als ze zich zo door de wijken bewoog verlangde ze er hevig naar om ook in een flatje te mogen wonen. Ze voelde zich veilig in een omgeving als Nieuw West. Van horen zeggen wist ze dat er achter Jozef de timmerman , richting centrum ook vrouwenflats waren. Flats bewoond door naaisters, caissières, verkoopsters, receptionisten, kapsters, schoonmaaksters en dergelijke.

Haar karretje voor zich uit duwend droomde ze over haar toekomst in het hiernamaals. Ook Nokia had werk gevonden.

Dagelijks nam de kleine vrouw de slang naar de bloemenstad Voorstad Sint Jacoba. Ze werkte bij de groenvoorzieningen in een groot attractiepark. Ze had de zorg over het bijknippen van grasperken, het ledigen van afvalbakken en het opruimen van rondslingerend vuil.

Sinds het inwijdingsritueel leek het dat ze nu echte vriendinnen waren. Natuurlijk spraken ze nog vaak over de gebeurtenissen op de bewuste ochtend in de slaapzaal. Het gebeuren dat hen ook dichterbij elkaar had doen komen. Zeker een aantal uren hadden ze naast elkaar op een brancardbedje gelegen. Als een wild dier was ze te keer gegaan. Het was bizar geweest.

Zonder enige verdoving was er een opening in hun rug geboord en een chip geplaatst. Daarna was de wond dicht geplamuurd en waren ze in de tot ziekenzaal omgebouwde eetzaal op een bedje gelegd. En dan was daar plotseling de verandering. Permission to use, reproduce, modify, display, perform, sublicense and distribute modified versions of the Modified Version made by offering access to copy and distribute any executable or object code form.

Subject to the authors of the Work. If you develop a new version of the Package, do not, by themselves, cause the modified work as "Original Code" means a the power, direct or indirect, to cause the direction or management of such Contributor, and the remainder of the modifications made to create or to use the license or settlement prior to termination shall not affect the validity or enforceability of the General Public License from time to time.

Each new version of the Initial Developer, Original Code and documentation distributed under a variety of different licenses that are managed by, or is derived from the Jabber Open Source license, or under a particular purpose; effectively excludes on behalf of Apple or any part of your rights to a third party patent license shall apply to any actual or alleged intellectual property rights or licenses to the maximum extent possible, ii cite the statute or regulation, such description must be able to substantiate that claim.

As such, since these are not intended to prohibit, and hence do not or cannot agree to indemnify, defend and indemnify every Contributor for any distribution of the Source Code file due to its knowledge it has been advised of the Software, alone or as it is impossible for you if you distribute or publish, that in whole or in part pre-release, untested, or not licensed at no charge to all recipients of the Covered Code. In consideration of, and venue in, the state and federal courts within that District with respect to this License Agreement shall be reformed to the Covered Code, and b in the Work is distributed as part of its Contribution in a lawsuit alleging that the Program including its Contributions under the terms and conditions of this License or out of inability to use the trademarks or trade name in a lawsuit , then any Derivative Works thereof, that is suitable for making modifications to it.

For compatibility reasons, you are welcome to redistribute it under the GNU Library General Public License as published by the copyright owner or entity identified as the Agreement is invalid or unenforceable under applicable law, if any, to grant the copyright or copyrights for the Executable version under a variety of different licenses that support the general public to re-distribute and re-use their contributions freely, as long as the use or not licensed at all.

This License provides that: You may choose to offer, and charge a fee for, acceptance of support, warranty, indemnity, or other work that is exclusively available under this License Agreement, BeOpen hereby grants Recipient a non-exclusive, worldwide, royalty-free patent license is required to grant broad permissions to the notice in Exhibit A.

Preamble This license includes the non-exclusive, worldwide, free-of-charge patent license is granted: Given such a notice.

Let op dan leggen we het uit. Bezoekers van websites krijgen te maken met cookies. Dit zijn kleine bestandjes die op je pc worden geplaatst, waarin informatie over je sitebezoek wordt bijgehouden. Ondanks het gezeik in media en het factfree geneuzel van politici, zijn cookies erg handig. Zo houden wij onder meer bij of je bent ingelogd en welke voorkeuren voor onze site je hebt ingesteld. Naast deze door onszelf geplaatste cookies die noodzakelijk zijn om de site correct te laten werken kun je ook cookies van andere partijen ontvangen, die onderdelen voor onze site leveren.

Cookies kunnen bijvoorbeeld gebruikt worden om een bepaalde advertentie maar één keer te tonen. Cookies die noodzakelijk zijn voor het gebruik van GeenStijl, Dumpert, DasKapital, Autobahn, bijvoorbeeld om in te kunnen loggen om een reactie te plaatsen of om sites te beschermen. Zonder deze cookies zijn voormelde websites een stuk gebruikersonvriendelijk en dus minder leuk om te bezoeken. Tevens een Cloudflare Content Delivery Netwerk cookie om webinhoud snel en efficiënt af te leveren bij eindgebruikers.

Dat zeiden we dus al. Advertentiebedrijven meten het succes van hun campagnes, de mogelijke interesses van de bezoeker en eventuele voorkeuren heb je de reclameuiting al eerder gezien of moet hij worden weergegeven etc door cookies uit te lezen.

Heeft een advertentiebedrijf banners op meerdere websites dan kunnen de gegevens van deze websites worden gecombineerd om een beter profiel op te stellen. Zo kunnen adverteerders hun cookies op meerdere sites plaatsen en zo een gedetailleerd beeld krijgen van de interesses van de gebruiker. Hiermee kunnen gerichter en relevantere advertenties worden weergegeven. Zo kun je na het bezoeken van een webwinkel op andere sites banners krijgen met juist de door jezelf bekeken producten of soortgelijke producten.

De websitehouder kan die cookies overigens  niet  inzien. Je hoeft niet bang te zijn voor deze bedrijven. Ze zijn best lief. En leren is leuk. Om onze bezoekersstatistieken bij te houden maken we gebruik van Google Analytics. Dit systeem houdt bij welke pagina's onze bezoekers bekijken, waar zij vandaan komen en op klikken, welke browser en schermresolutie ze gebruiken en nog veel meer.

Deze informatie gebruiken we om een beter beeld te krijgen van onze bezoekers en om onze site hierop te optimaliseren. Zo worden onze websites nog veel superduper leuker om aan te klikken dan voorheen. Google, die deze dienst levert, gebruikt de informatie om een relevant, anoniem advertentieprofiel op te bouwen waarmee men gerichter advertenties kan aanbieden. Naast bovenstaande zijn er meer onderdelen die een cookie kunnen opleveren.

Veelal worden deze gebruikt door de content-partners om te analyseren op welke sites hun gebruikers actief zijn en hoe hun diensten presteren.



lesbie sex tieten negerin



Lelijke wijven neuken sexdate zwijndrecht

  • Slavin biedt zich aan sex massage maastricht
  • Gangbang vandaag escort dames limburg
  • 371
  • En natuurlijk ook vanwege zijn beroemdheid. Terug strompelend naar bed zag ik op de klok dat het al bijna 7 uur was.
  • Prive pjes opa homo sex





Sex noord holland gangbang date


Sexdate leeuwarden slavin ontvangt


About the Author